
Leeswijzer
Binnen deze competentie gaat het om een zestal indicatoren. Hieronder stip ik de indicatoren 1 voor 1 aan en beschrijf ik welke paragrafen horen bij de verantwoording van elk van de indicatoren. Soms spreken paragrafen voor zich en soms zit er nog een begeleidende tekst bij de indicator om de verantwoording te verduidelijken.
4.1 – Voor de indicator ‘Het maken van didactische keuzes’ kunt u terecht bij Presenteren en Instrueren, Toetsen en Evalueren, Begeleiden en Feedback geven, en Differentiëren.
4.2 – Voor de tweede indicator ‘ICT organiseren in de (digitale) leeromgeving’ toon ik op deze pagina voldoende aan dat ik weet hoe ik met soft- en hardware moet omgaan en dat ICT efficiënt en betekenisvol wordt ingezet. Op onze school wordt gehanteerd dat de mobiele telefoon in de thuis of in de kluis moet zijn. De leerlingen hebben een chromebook en hebben naar mijn mening dan ook geen telefoon tijdens de les nodig en ik treed hier ook consequent in op. Helaas heeft de school besloten dat docenten een soft token op hun mobiel moeten hebben voor het inloggen in digitale omgevingen. Ik geef zelf graag het goede voorbeeld, maar helaas moet ik mijn telefoon soms in de klas tevoorschijn halen.
4.3 – ‘Het arrangeren van digitaal leermateriaal’, de derde indicator, ontleent het bewijs aan deze hele pagina. Aan de powerpoint plaatjes is te zien dat ik stilsta bij beeldscherm didactiek. Bij het kopje ‘Differentiëren’ is te lezen dat ik voor elke leerling zowel opdrachten uit- als aan kan zetten, rekening houdend met de verschillen. We werken als school in Microsoft Teams. Voor elke klas maak ik een Team aan waarin ik ook de powerpoints zet. Zo kunnen leerlingen altijd huiswerk en theorie terugvinden. Huiswerk staat ook in SOMToday, de ELO waar de school mee werkt.
4.4 – Voor de vierde indicator, ‘Kennisoverdracht’, kan deze hele pagina gelezen worden als bewijsmateriaal voor deze indicator.
4.5 – Voor ‘Kennisconstructie‘, de vijfde indicator van de competentie didactisch handelen, laat ik in de paragrafen (laten) Samenwerken, Activeren en Motiveren, Toetsen en Evalueren en Begeleiden en Feedback geven zien dat ik actieve kennisconstructie bevorder door gebruik te maken van Serious games en andere internet toepassingen. Er valt in de paragraaf Differentiëren te lezen dat ik leren leren ondersteun doordat leerlingen inzicht hebben in hoe zij opdrachten hebben gemaakt en dat ik daar ook een vervolg aan hang. Als laatste toon ik Begeleiden en Feedback geven aan dat ik ICT kan inzetten ten behoeve van het geven van feedback.
4.6 – Als laatste indicator ter verantwoording van de competentie Didactisch Handelen staat ‘Beoordelen van leerprestaties en evalueren van onderwijs’ centraal. In de paragraaf Differentiëren wordt heel mooi getoond dat ik alle leerlingen in de gaten kan houden en dat ik daarbij leerlingen ook deels verantwoordelijk heb gemaakt voor het beoordelen en evalueren van hun eigen leerproces. Voor het vak Engels heb ik nog niet eerder een toets gedigitaliseerd, wel heb ik dit voor LO gedaan in het programma Quayn waarbij we zowel open vragen als multiple choice hebben gebruikt. Een makkelijke tool om snel inzicht te krijgen in resultaten.

Presenteren en Instrueren
Elke les bereid ik voor aan de hand van een powerpoint presentatie. Hiermee presenteer ik wat de onderwerpen en doelen van de les zijn, instrueer ik de leerlingen op gebied van te leren onderwerpen en het werk wat de leerlingen moeten doen.


Er zijn een aantal voordelen aan een dergelijke presentatie. De eerste is dat leerlingen goed en vlot inzicht krijgen in wat het huiswerk is, wanneer er toetsen aankomen en wat dit van ze vraagt. Uiteraard kun je dit ook op het bord schrijven, maar vaak gebeurt dit dan pas op het einde van de les en nu is het de laatste dia van mij presentatie en weten ze het dus altijd al na het instructie moment. Het tweede voordeel van een presentatie is dat ik uitleg heel makkelijk kan structureren en delen kan benadrukken, met bijvoorbeeld kleuren, wanneer dit voordeel oplevert.
(Laten) Samenwerken
Een goed voorbeeld van een digitale methode die leerlingen laat samenwerken is Quizlet. In quizlet kan de docent een vragenlijst samenstellen en de leerlingen worden in teams ingedeeld. Elk teamlid krijgt een aantal antwoorden op zijn of haar beeldscherm en bij elke vraag is er één teamlid die het goede antwoord op het scherm heeft staan. Daarom moeten de leerlingen goed in overleg blijven over het goede antwoord. Ik gebruik dit vooral bij de eerste klas.
Na ‘trial and error’ ben ik er wel achter dat quizlet een spel is wat vooral in klas 1 aanslaat. Dit kan zijn omdat het in klas 1 veel wordt gedaan en dat leerlingen in klas 2 er wel op uit zijn gekeken. We leven op dit moment in een maatschappij dat ontwikkelingen zich in rap tempo opvolgen en dat leerlingen zich daar ook op instellen. Ik probeer de werkvloer er nu van te overtuigen om per leerjaar te gaan kiezen voor andersoortige opties. Voor klas 2 heb ik Gimkit gevonden, waarover later meer.
Activeren en Motiveren
Een website die staat voor Activeren en Motiveren is Gimkit. Vooral een goede motivator voor het ‘stampen’ van woordjes of begrippen. Je maakt als docent vragen aan door een vraag, gekoppeld met een goed antwoord in te voeren. Als je vervolgens het spel gaat spelen geeft Gimkit de spelers elke keer de vraag met 4 antwoord opties.
Het doel van het spel is zoveel mogelijk geld te verdienen. Je krijgt geld door goede antwoorden te geven, beginnend bij $1 per goed antwoord. Je kan met het geld zogenaamde upgrades kopen waardoor je weer meer geld per antwoord krijgt. De leerlingen worden daardoor ook gedwongen om over deze opties na te denken. Daarnaast kan je als organisator er voor kiezen om upgrades aan te zetten waarbij leerlingen elkaar ook nog tactisch in de weg kunnen zitten. Ze kunnen elkaar dan bijvoorbeeld voor 15 seconden stilzetten of zelf een deel van het geld afpakken.
Je kan als docent zelf klassen aanmaken en de namen al invullen zodat de leerlingen alleen nog hun naam hoeven te kiezen. Voordeel is dat er geen gekke namen voorbij komen, maar het leukste voordeel is dat je een seizoen kunt spelen. Dan houdt Gimkit al het gewonnen geld per potje bij en heb je aan het einde van het schooljaar een winnaar.
Leerlingen vinden dit een erg leuk spel en hebben ook door dat ze aan het leren zijn, maar dat dit wel vooral onderbewust gebeurt. Het moment dat ik een SO woordjes aankondig willen de leerlingen met Gimkit aan de slag. Een leuke, activerende en motiverende manier om te leren.
Toetsen en Evalueren
Op mijn school (de Burgemeester Harmsma school te Gorredijk) werken we met een digitale methode voor het vak Engels. Dat betekent dat leerlingen op een chromebook aan opdrachten werken. Het voordeel hiervan is dat leerlingen gelijk feedback krijgen. Deze feedback komt in de vorm van goed of fout en na een aantal pogingen krijgen ze de goede antwoorden te zien. Een nadeel is dat er open vragen bijzitten die leerlingen zelf moeten nakijken, dit vinden leerlingen erg lastig. Bij zulke open vragen kun je onderscheidt maken tussen een drietal leerlingen. De eerste zijn degenen die de opdracht serieus maken en ook serieus nakijken en ten tweede heb je de leerlingen die de opdracht serieus maken maar niet serieus nakijken. Als laatste heb je de leerlingen die op de spatiebalk drukt en dan op nakijken om zichzelf vervolgens de volle 100% (het antwoord volledig goed te rekenen) te geven. Als docent heb je de mogelijkheid om inzicht te hebben in de resultaten van de leerlingen. Daarbij kun je in één oog opslag zien waar veelal problemen liggen bij leerlingen, dus waar nog extra aandacht aan moet worden besteed. Uiteraard kun je ook per opdracht zien wat de leerling heeft ingevuld maar helaas hebben ze het nog wel zo ingericht dat het erg lastig is om snel te zien wie de leerlingen zijn die maar iets invullen. Daarbij was een schrift controle toch altijd iets makkelijker. Een tip van mijn kant zou zijn dat je per leerling alle opdrachten of per opdracht van alle leerlingen in één oogopslag kan zien hoe dat is gegaan. Zo kan je iets efficiënter controleren.

Uiteraard zijn er ook de verschillende ‘spelletjes’ op internet die de gelegenheid geven te toetsen en te evalueren. Hierbij denk ik aan Kahoot, Quizlet, WRTS en Gimkit. Sites waar leerlingen ontzettend snel feedback krijgen, waarbij klassikaal getoetst kan worden en waar leerlingen zelfstandig mee aan de slag kunnen. Hierbij staat herhaling centraal, wat voor een taal (en vooral bij woordenschat) erg goed van pas komt. Bij een aantal heeft de docent ook nog de optie om tussen het toetsen door tijd te pakken om leerlingen van uitleg en feedback te voorzien. Het grootste bijkomende voordeel van dit soort sites is dat leerlingen het vaak ook leuk vinden!
Begeleiden en Feedback geven
Door het feit dat ik redelijk vlot kan zien, bij het werken in de methode, waar leerlingen moeite mee hebben kan ik daar op in springen tijdens de les en feedback geven. Daarnaast maak ik ook gebruik van google docs. Leerlingen moeten als schoolexamen een brief schrijven. Hierbij laat ik ze oefenbrieven of andere schrijfopdrachten maken in google docs, deze delen ze met mij en ik voorzie ze online van feedback zodat ze dit ook thuis paraat hebben bij het oefenen.

Differentiëren
Bij de al eerder genoemde methode van New Interface (Engels) kan ik leerlingen ook op een hoger niveau laten werken. Vaak lopen de grammatica onderdelen wel redelijk synchroon alleen gaan hogere niveaus vaak wat dieper in op het onderdeel en zijn de opdrachten wat moeilijker. Meer producerend dan reproducerend. Het is leuk, maar bovendien ook motiverend voor een leerling als hij/zij wordt uitgedaagd door op niveau +1 te gaan werken. Waar ik werk hebben we heterogene klassen in de onderbouw. Wij gebruiken in deze klassen een K/GT boek van de methode. Wanneer het een leerling te makkelijk afgaat kan ik heel makkelijk schakelen naar een Havo boek, maar als het moet ook weer terug. Ook op hetzelfde niveau ben ik bezig met differentiatie en daarbij leren leren. In het plaatje hieronder zie je verschillende onderdelen staan eindigend met Practise more en Get Ahead. Leerlingen krijgen altijd de opdracht de paragraaf te maken tot Practise more. Dan kunnen ze een pagina terug en dan kan de leerling zien hoe goed ze het tot nu toe hebben gedaan. Dit wordt in een percentage uitgedrukt. Wanneer ze alle opdrachten foutloos doen hebben ze 100%. Ik stel dat als de leerling > 75% dan mag hij of zij Get Ahead doen en anders doen ze Practise more. Practise more is vooral herhaling en Get Ahead is verdieping. Daarbij zijn de leerlingen vrij mij te vragen om een resultaat te wissen zodat ze een opdracht opnieuw kunnen doen. Herhaling kan nooit kwaad mijn inziens.


